Teksten

Piet Vanrobaeys

Saskja Snauwaert (1973, afgestudeerd 2000 KASK, Mixed Media) laat groeiprocessen werken uit de natuur, registreert ze (tekeningen, foto, video) of maakt ze consulteerbaar (CD-rom, website) langs electronische weg met vele verbindingen en links. Het klikken en linken is dan een metafoor voor de (biologische) werkelijkheid: zoals de vele verbindingen in weefselstructuren, van rhizomen in het vertakte wortelgestel van bvb. schimmels tot de miljarden synapsen en verbindingen in het hersenweefsel. Vanuit dit idee van verstrengeling maakte ze ook witloof- of cresson-tapijten van ingezaaide kiemen, een beetje zoals het in het regenwoud soms onmogelijk lijkt om aan te duiden welke stengel tot welke plant behoort. Op dezelfde manier keert ze terug naar het textiel, ze knoopt tapijten vanuit een een bepaalde beginsituatie, een paar knopen bepalen dan automatisch het vervolg van de structuur. Die knopen zou je dan ook punten in de geschiedenis van dat tapijt kunnen noemen. De knopen-geschiedenis van dat tapijt is dan een beetje een (vereenvoudigde) parallel voor elk gebeurtenissen-model en voor tal van andere ontwikkelingen en geschiedenissen. 'De' geschiedenis is dan te beschouwen als een onvoorstelbaar uitgestrekt en onoverzichtelijk rhizoom van gebeurtenissen. Waar het Saskja Snauwaert om gaat is in haar werk de werkzaamheid van die potentiële verbindingen aan te duiden als een soort evocatie, een voelbaar maken van de ongelooflijk complexe verbondenheid die de werkelijkheid is.

Over de korstmossen

saskja snauwaert

In deze reeks olieverfschilderijen wil ik de typische ontwikkelingsstructuren van korstmossen benadrukken.
Korstmossen kennen wij uit onze naaste omgeving voornamelijk als grijze of gelige plakkaten op stoeptegels en muren. Het meest fascinerende aan een korstmos is wel dat het geen enkelvoudig organisme is maar een symbiose, een samenlevingsvorm van een schimmel en een alg. In combinatie zijn deze organismen in staat tot het produceren van bijzondere chemische verbindingen die nergens anders in de natuur voorkomen: licheenstoffen. Van ongeveer 200 licheenstoffen heeft men de chemische samenstelling al opgehelderd. Mede door hun vermogen om die stoffen te produceren, genieten korstmossen speciale belangstelling van de wetenschappers.
In de symbiose bestaat tussen de alg- en de schimmelcomponent een labiel evenwicht. Als men één van beide partners (in een laboratorium) betere levensomstandigheden aanbiedt, dan overwoekert deze en wordt de symbiose verbroken.
In mijn schilderijen vertrek ik vanuit de verschillende waarneembare kenmerken van een korstmos: kleur, wortelstructuur(rhizinen), thallus, soralen, ciliën, ...
Met de verschillende media die ik gebruik: olieverf, medium, pigment, oliën, ... maak ik een reconstructie van de manier waarop het korstmos zich ontwikkelt. Ik probeer een evocatie te maken van de complexe groeistructuur van deze levensvorm. Door dit te doen vestig ik de aandacht op de waarde van de groeistructuren, die in de natuur voorkomen, voor de organisatie van het hedendaagse leven.

 

 

Tekst naar aanleiding van de tentoonstelling in R53 (mei 2008)

saskja snauwaert

De wortels van een paddenstoel vormen een soort weefsel – netwerk- rizoom. Op sommige plaatsen in dit netwerk ontstaat er een paddenstoel, deze groeit naar boven toe.
Het netwerk zelf is niet vlak, het is een reliëf.
Het weefsel verbindt alle paddenstoelen met elkaar. Het weefsel blijft altijd bestaan.
Het netwerk is opgebouwd uit verschillende draden die elkaar soms kruisen, of zich met elkaar verbinden. De draden kunnen zich ook splitsen, zo ontstaan er één of meerdere vertakkingen.
De paddenstoel heeft twee manieren om zichzelf voort te planten:
1ste manier: het weefsel, dat altijd verder groeit en op knooppunten nieuwe paddenstoelen doet groeien.
2de manier: uit paddenstoelen verspreiden zich sporen. Deze sporen vallen op de grond en er onstaat een nieuw weefsel. Dit weefsel kan door het oude heen groeien naarmate de tijd vordert en naarmate de afstand dat het spoorelement heeft afgelegd alvorens op de grond te vallen.
Mijn wereld is op zo'n manier opgebouwd. De draden vormen het denkproces, de paddenstoelen vormen mijn beeldend werk.
Soms ontstaan er nieuwe ideeën uit een gemaakt beeldend werk. Dit kan je vergelijken met het spoorelement dat weggespuwd wordt. Het nieuwe werk groeit even op zichzelf en verbindt zich dan weer met de ideeën en/ of het werk van het oude weefsel.
Door de dingen uit de natuur te gebruiken kan ik mijn ideeën beter vorm geven.
De tulpen en zonnebloemen worden in schijven gesneden en weer opgebouwd. Ik probeer er weer een geheel in te zoeken.
De toeschouwer wordt geconfronteerd met de fragiliteit en de schoonheid van de natuur.
De paddenstoelenwortels staan voor de complexiteit van de wereld. Ze staan zeker voor de complexiteit van mijn wereld.

terug naar homepage